Slimme stadsinrichting voorkomt ziekte - Biowetenschappen & Maatschappij

Geen producten in de winkelwagen.

04 april 2024
normaal verdiepend

Slimme stadsinrichting voorkomt ziekte

De auteurs

Vergroening van steden beïnvloedt de biodiversiteit, inclusief die van ziekteverwekkers, en kan daarom invloed hebben op de aanwezigheid van infectieziekten. Slim vergroenen behoudt de positieve effecten van groen in de stad en voorkomt dat risico’s op infectieziekten stijgen.

Infectieziekten hebben eeuwenlang voor leed en sterfte bij mensen gezorgd. In de voorbije eeuwen heeft kennis over ziekteverwekkers geleid tot betere hygiëne en tot preventieve maatregelen zoals vaccinatie. Daardoor zorgen deze ziekten in de westerse wereld nog maar voor een beperkte ziektelast. Nieuwe ziekteverwekkers blijven echter opkomen en door het internationale reisverkeer kunnen die zich nu snel over grote afstanden verspreiden. Denk aan het SARS-coronavirus in 2003, de Mexicaanse griep in 2009 en het ebolavirus in 2014. De coronapandemie, veroorzaakt door SARS-CoV-2, heeft laten zien dat een pandemie ook nu nog steeds tot ontwrichting van de maatschappij kan leiden.

Zoönosen

De bovengenoemde uitbraken zijn allemaal voorbeelden van zoönosen. Dat zijn infectieziekten die van dieren naar mensen worden overgebracht. Van de infectieziekten die de laatste decennia zijn opgekomen, had meer dan 60 procent zijn oorsprong in dieren, waarvan driekwart in wilde dieren. Hoewel deze ziekten tot nog toe allemaal in het buitenland ontstonden, is de kans op overdracht van ziekteverwekkers van wilde dieren naar mensen ook in Nederland aanwezig. Het risico hangt, onder andere, af van hoe de ziekteverwekker wordt doorgegeven van dier op mens, hoe groot de kans is dat mensen in aanraking komen met het dier of met materiaal van het dier, en hoe ziekmakend de ziekteverwekker is.

In de stad leven dieren en mensen dicht bij elkaar, wat de overdracht van ziekteverwekkers kan vergemakkelijken. Stadsvergroening beïnvloedt welke dieren er in de stad leven en in welke aantallen. De introductie of veranderde verspreiding van zoönotische ziekteverwekkers kan potentieel nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen.

De bruine rat en de ziekte van Weil

Een diersoort die veelvuldig in Nederlandse steden voorkomt, is de bruine rat. Deze kan verschillende zoönotische ziekteverwekkers bij zich dragen, waarvan de bacterie die de ziekte van Weil overbrengt het meest bekend is. De bacterie komt ook in Nederland voor: bij 39 procent van de geteste ratten in Amsterdam tot 83 procent van de geteste ratten in Maastricht. Stedelijke vergroening kan het aanbod van schuilplaatsen en nestgelegenheid voor ratten vergroten en daarmee ook het risico op de ziekte. Dat is belangrijk, omdat steeds meer mensen in stedelijke grachten en plassen zwemmen.

Gemiddeld worden enkele tientallen patiënten per jaar gemeld met de ziekte van Weil: ze hebben koorts, spier- en buikpijn en hun nieren functioneren minder goed. Dit is waarschijnlijk een onderschatting, omdat alleen ernstig zieke patiënten worden gemeld.

Vossenlintworm in Limburg en Oost-Groningen

Soms is een risico ook regiogebonden. Zo komen vossen in meerdere steden in Nederland voor, maar is het risico op de vossenlintworm alleen aanwezig in Zuid- en Midden-Limburg en in Oost-Groningen. De vossenlintworm veroorzaakt alveolaire echinokokkose, een ziekte die pas na jaren tot uiting komt en kan leiden tot leverklachten. Hoewel de ziekte zeldzaam is, doen mensen in Limburg en Oost-Groningen er goed aan rekening te houden met de vossenlintworm door bijvoorbeeld handschoenen te dragen bij het tuinieren en producten uit de stadsmoestuin goed te wassen en liefst te verhitten.

Vergroening en ziekte van Lyme

Een andere diersoort die in Nederlandse steden voorkomt, is de teek. Dit kleine, spinachtige beestje kan virussen en bacteriën bij zich dragen waar mensen ziek van kunnen worden, waaronder de bacterie die de ziekte van Lyme veroorzaakt. In Nederland komen teken in stedelijk groen relatief weinig voor: tien tot honderd keer minder dan in het bos. Desondanks zijn er schattingen dat ongeveer een derde van de tekenbeten wordt opgelopen in stedelijk gebied, zoals tuinen en parken. De combinatie van weinig teken en veel mensen zorgt blijkbaar voor een relatief hoog aantal tekenbeten in de stad. Vergroening maakt steden tot een geschiktere habitat voor teken, leidt dus tot meer teken en daarmee mogelijk tot meer patiënten met de ziekte van Lyme (zie ook het boek Lymeziekte).

Op open plekken in een park is het risico op tekenbeten relatief laag. ©Shutterstock

Ook muggen komen veelvuldig voor in de stadse leefomgeving. De gewone huissteekmug is de belangrijkste overdrager van het westnijlvirus. Dit virus veroorzaakt westnijlkoorts, een ziekte met meestal griepachtige verschijnselen zoals koorts en buikpijn. Het westnijlvirus is eigenlijk een vogelvirus, maar wordt soms door de huissteekmug overgedragen op mensen en paarden. In 2020 kregen in Nederland voor het eerst acht mensen westnijlkoorts; twee van hen hadden het virus waarschijnlijk in de stad opgelopen (zie ook het boek De mug).

Voorkom onbedoelde negatieve effecten

Bij het inrichten van een groene stad is het belangrijk rekening te houden met mogelijke onbedoelde negatieve effecten. De oplossing kan per locatie verschillen. Architecten en groenbeheerders kunnen kiezen voor een ander type plant of struik. Plaats bijvoorbeeld geen fruitbomen bij plekken waar graag ratten zitten. Of combineer begroeiing niet met een strooisellaag op plaatsen waar veel kinderen spelen, dit verkleint het risico op tekenbeten want teken zitten graag in die vochtige strooisellaag. Ook kun je mensen wijzen op het belang van een tekencheck nadat ze hebben gerecreëerd in het park, of op de nadelen van overmatig eendjes voeren, omdat dat ratten aantrekt en de groei van de rattenpopulatie stimuleert. Grote steden zoals Amsterdam, Rotterdam en Utrecht lichten het publiek over dat laatste al regelmatig in.

Bij het ontwerpen van waterpartijen is het verstandig geen stilstaand water te creëren zodat het aantal broedplaatsen van muggen – die hun eitjes hierin leggen – wordt beperkt. Inwoners kunnen ook zelf maatregelen nemen, door bijvoorbeeld regentonnen te voorzien van een deksel en geen water te laten staan in lege potten en de dakgoot.

Er wordt steeds meer nagedacht over de effecten van stadsnatuur op de stadsecologie en over de risico’s van zoönosen door wilde dieren. Met verder onderzoek kunnen we leren hoe we de positieve effecten van stadsnatuur kunnen benutten en de volksgezondheidsrisico’s kunnen beperken.

Over de auteur

Miriam Maas
Onderzoeker zoönosen van wilde dieren bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Nooit meer iets missen?

Wil je altijd op de hoogte blijven van nieuwe publicaties, dossiers en lesmaterialen? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief. Wij sturen je maandelijks een overzicht van alle nieuwe content.

Schrijf je in
Abonnement

Mis nooit meer een publicatie

Met een jaarabonnement mis je niets meer! Wil je altijd op de hoogte blijven van de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van de biowetenschappen? Neem dan een abonnement! Hiermee ontvang je een korting van 40% ten opzichte van de prijs in de webwinkel. Daarnaast betaal je geen verzendkosten bij een abonnement. Het abonnement gaat in per 1 januari van het nieuwe kalenderjaar. Je kunt te allen tijde opzeggen, waarna je alleen nog de cahiers ontvangt die je hebt betaald.

Jaarabonnement
Drie keer per jaar krijg je onze boeken automatisch thuisgestuurd. Zo bespaar je flink op de losse verkoopprijs en blijf je altijd op de hoogte.
Bekijk abonnement