Fikse reductie stikstofemissie noodzakelijk - Biowetenschappen & Maatschappij

Geen producten in je winkelmand.

03 januari 2020
normaal verdiepend
10 minuten

Fikse reductie stikstofemissie noodzakelijk

De auteurs

Om de beschermde natuurgebieden in Nederland te behouden of te verbeteren, is een flinke reductie nodig van de stikstofemissie. Maar hoe fors moet die zijn en waar kan die het beste plaatsvinden?

Het is onduidelijk hoeveel emissiereductie er in ons land nodig is om de Natura 2000-gebieden – natuurgebieden met een Europese beschermde status – te behouden of verbeteren. Welke niveaus zijn noodzakelijk? Dat is afhankelijk van de ‘kritische depositiewaarde’ – de ecologische grens waarboven het risico op negatieve effecten stijgt als stikstofdepositie en blootstellingsduur toenemen. Die kritische depositiewaarde verschilt per habitat en dus per Natura 2000-gebied. In het algemeen varieert ze van zo’n 500 tot 2000 mol stikstof (7 tot 28 kilo) per hectare per jaar, waarbij 500 mol typerend is voor heel gevoelige systemen, zoals zwak gebufferde vennen en herstellende hoogvenen.

Het kabinet wil in 2030 een binnenlandse emissiereductie van 26 procent realiseren ten opzichte van 2018. De commissie-Remkes – die het kabinet onlangs adviseerde over de aanpak van de stikstofproblematiek – stelt daarentegen een binnenlandse emissiereductie voor van 50 procent in 2030 en 100 procent natuurbescherming in 2040. De vraag die echter openblijft is: hoeveel binnenlandse en buitenlandse emissiereductie is nodig bij 100 procent natuurbescherming en hoe snel moet emissiereductie plaatsvinden?

Noodzaak van reducties in stikstofemissies

Hoewel de stikstofdepositie sinds 1990 met circa 40 procent is afgenomen, is op 130 stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden de stikstofdepositie nog steeds hoger dan de kritische depositiewaarde. Hoge overschrijdingen komen voornamelijk voor in de intensieve veehouderijgebieden in het oosten en zuiden van het land. Dat zijn met name de natuurgebieden van Twente en de Achterhoek, de Veluwe, Brabant en Noord-Limburg. Daar is de huidige depositie soms wel tweemaal de kritische depositiewaarde. Om natuurwinst te behalen, moet de depositie daar flink omlaag. Vergaande depositiereductie is veel minder noodzakelijk in andere regio’s, zoals Groningen, Flevoland, Zuid-Holland en Zeeland.

De absolute overschrijding van kritische depositiewaarden van de stikstofgevoelige habitats per Natura 2000-gebied. ©WUR

 

Vereiste reductie in stikstofemissies

Wanneer de buitenlandse emissie afneemt volgens de nationale emissieplafonds van de EU voor 2030, komt al circa 35 procent van het natuurareaal onder de kritische depositiewaarde, zo blijkt uit de modelberekeningen van WUR en het RIVM. Dit is met name in West-Nederland het geval. Uit de berekening blijkt verder dat, als bovendien de binnenlandse emissie met een kwart vermindert, de helft van de Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde komt. Bij een halvering van de emissie komt driekwart van die natuurgebieden eronder. Bij een stikstofreductie van 100 procent zitten als gevolg van emissies uit het buitenland nog steeds niet alle natuurgebieden onder de kritische depositiewaarde, volgens de berekening van WUR. De deposities door buitenlandse emissies leiden namelijk al tot een overschrijding van de kritische depositiewaarde van de meest gevoelige Natura 2000 gebieden, en dan is er bij de berekening al van uitgegaan dat het buitenland voldoet aan de emissieplafonds voor 2030. De conclusie is dat er ook in het buitenland maatregelen nodig zijn die verder gaan dan wat nu is afgesproken voor 2030. Het realiseren van nul procent overschrijding van de kritische depositiewaarde in 2040 is derhalve een vrijwel onhaalbaar doel.

Het areaal Natura 2000-gebied (uitgedrukt in %) dat onder de kritische depositie waarden komt bij toenemende reducties van stikstofemissies in Nederland. Berekeningen afkomstig van het RIVM en WUR. © WUR

 

Wat te doen?

De benodigde emissiereductie zou teruggelegd kunnen worden bij de stikstof verspreidende sectoren zoals de landbouw, het verkeer en de industrie, inclusief die in het buitenland. Als de huidige bijdrage aan de depositie vertaald wordt naar de overschrijding van de kritische depositiewaarde, dan weet iedere sector wat zijn depositieopgave is. Die kan dan uitgedrukt worden in een emissiereductie per sector. Die moet dan wel per gebied worden bepaald, omdat de gewenste bijdragen van de sector overal variëren. Je kunt beginnen met alle sectoren een reductie van vijftig procent op te leggen en dan gebiedsgericht beleid voeren om de overschrijding tot nul terug te brengen. Voor een willekeurig Natura 2000-gebied ziet dat er dan bijvoorbeeld uit zoals weergegeven in onderstaande figuur. Dit vergt een fors buitenlands beleid, maar ontslaat de andere binnenlandse sectoren niet van hun verantwoordelijkheid om hun aandeel te verminderen.

Voorbeeld van aanpak emissiereductie per sector. Stikstofdepositie in de huidige situatie, bij afname van 50 procent en bij het bereiken van de kritische depositiewaarde (KDW). © Universiteit Leiden

 

Benodigde snelheid in emissiereducties

Wat blijft staan is de vraag: hoe snel moet de depositie ecologisch gezien terug? Aangezien er al sprake is van een erfenis van meer dan 50 jaar te veel stikstofdepositie is het eenvoudige antwoord: zo snel mogelijk. Om een duidelijker tijdspad te adviseren aan de politiek is het echter van belang dat de vraag in ecologische en juridische zin meer wordt gespecificeerd. Dat kan met de vraag: bij welk depositieniveau is het niet mogelijk om instandhouding (laat staan verbetering) van de natuurkwaliteit te garanderen, zelfs niet bij het nemen van alle mogelijke herstelmaatregelen? Vooralsnog is deze harde informatie er niet en kan een exercitie om de daarbij benodigde reductie te berekenen dus niet worden uitgevoerd. Wel laten herstelmaatregelen zien dat het nu dweilen met de kraan open is en dat de depositie beduidend terug moet om zelf de instandhouding te kunnen garanderen (zie ook Heide en bos knappen nog niet op). ‘Zo snel mogelijk’ is derhalve op dit moment toch de meest verantwoorde uitspraak.

Over de auteurs

Prof. dr. Wim de Vries
Hoogleraar Milieusysteemanalyse bij de WUR
Prof. dr. Jan Willem Erisman
Hoogleraar Milieu en Duurzaamheid bij CML aan de Universiteit Leiden
Abonnement

Mis nooit meer een cahier

Met een jaarabonnement mis je niets meer! Wil je altijd op de hoogte blijven van de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van de biowetenschappen? Neem dan een abonnement! Hiermee ontvang je een korting van 40% ten opzichte van de cahierprijs in de webwinkel. Daarnaast betaal je geen verzendkosten bij een abonnement. Het abonnement gaat in per 1 januari van het nieuwe kalenderjaar. Je kunt te allen tijde opzeggen, waarna je alleen nog de cahiers ontvangt die je hebt betaald.

Jaarabonnement
Vier keer per jaar krijg je onze boekjes automatisch thuisgestuurd. Zo bespaar je flink op de losse verkoopprijs en blijf je altijd op de hoogte.
Bekijk abonnement

Nooit meer iets missen?

Wil je altijd op de hoogte blijven van nieuwe boeken, dossiers en lesmaterialen? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief. Wij sturen je maandelijks een overzicht van alle nieuwe content.

Schrijf je in