Buurlanden gaan anders om met stikstofprobleem - Biowetenschappen & Maatschappij

Geen producten in de winkelwagen.

14 juni 2022
normaal verdiepend
15 minuten

Buurlanden gaan anders om met stikstofprobleem

De auteurs

In buurlanden worden veel makkelijker vergunningen afgegeven voor activiteiten die leiden tot stikstofuitstoot op een nabijgelegen natuurgebied. Hoe komt dat? En is dat terecht?

De manier waarop België, Duitsland en Denemarken met de stikstofproblematiek omgaan, heeft in Nederland veel aandacht gekregen. Veel partijen hebben gesuggereerd dat Nederland het braafste jongetje van de klas is en derhalve een voorbeeld zou moeten nemen aan de stikstofaanpak in die landen. Die zouden veel ruimere en werkbaardere richtlijnen hanteren in de vergunningverlening. In de discussie worden de begrippen ‘kritische depositiewaarde’ en ‘grenswaarde’ nogal eens door elkaar gehaald. De kritische depositiewaarde is de ecologische grens waarboven het risico op effecten stijgt bij toenemende stikstofdepositie en blootstellingsduur. Over de inschatting van die waarde bestaat internationaal overeenstemming. De grenswaarde is de hoeveelheid stikstofdepositie van een activiteit waarbij nog geen vergunning nodig is. En die grenswaarde vult ieder land voor Natura 2000, het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden, weer anders in.

Verschillende methoden per land
In Nederland gold een grenswaarde van 1 mol stikstof (14 gram) per hectare per jaar voor een activiteit in de nabijheid van een Natura 2000-gebied. Toen de Raad van State het Programma Aanpak Stikstof (zie ook Rechter grijpt in – pas op de plaats voor stikstof) in mei 2019 ongeldig verklaarde, ging de grenswaarde vrijwel naar nul. In Duitsland is een stikstofvergunning pas nodig als door een nieuwe activiteit meer dan 7 mol stikstof (100 gram) per hectare per jaar neerslaat in een Natura 2000-gebied. Bovendien hanteren de Duitsers ook nog een foutenmarge van 20 procent. Daar staat tegenover dat er in Duitsland sprake is van een geringere overschrijding van de kritische depositiewaarde, waardoor er meer depositieruimte beschikbaar is.

In Duitsland is een stikstofvergunning pas nodig als door een nieuwe activiteit meer dan 100 gram per hectare per jaar neerslaat in een Natura 2000-gebied. © Alamy.com

Tenslotte wordt in Denemarken de vergunningverlening voor de stikstofaanpak alleen gerelateerd aan de ammoniakuitstoot en de eisen voor het staltype. De stal moet de best beschikbare technologie in huis hebben om de uitstoot van ammoniak te reduceren. Daarnaast mag de bijdrage aan de depositie maximaal 50 mol stikstof (700 gram) per hectare zijn als er geen andere bedrijven in de nabijheid zijn, 28 mol stikstof (400 gram) als er een ander bedrijf in de nabijheid is en 14 mol stikstof (200 gram) als er meerdere bedrijven in de nabijheid liggen.

De Vlaamse PAS
Vlaanderen heeft, net als Nederland tot 2019, ook een beleidsprogramma voor de aanpak van stikstof met de naam PAS (Programmatische Aanpak Stikstof ). Tot voor kort legde de Vlaamse PAS uitsluitend beperkingen op aan veehouderijen met een grote bijdrage aan de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-habitats. Daarbij kreeg een veehouderij een vergunning voor uitbreiding als zijn stikstofdepositie lager was dan 5 procent van de kritische depositiewaarde van een nabijgelegen Natura 2000-gebied. En die beperking gold alleen in natuurgebieden waar die kritische depositiewaarde al werd overschreden.

Er wordt echter een Vlaams PAS-systeem ontwikkeld dat vergelijkbaar is met de Nederlandse situatie. Doel is daarbij om de  depositie in 2030 met 50 procent te verminderen ten opzichte van 2020 en om in 2050 de depositie op alle natuurgebieden tot op of onder de kritische depositiewaarde te hebben. De regionale regering van Vlaanderen heeft daaromrecent een strengere tijdelijke stikstofwet aangenomen. Daarmee kunnen agrarische ondernemers alleen nog bouwvergunningen krijgen als ze kunnen aantonen dat de natuur er niet door wordt aangetast. De nieuwe drempels zijn veel lager: voor ammoniakuitstoot (veeteelt en mestverwerking) bedraagt de drempel 0 procent: uitbreiding kan niet tenzij er elders wordt gecompenseerd. Boerderijen die meer dan 50 procent bijdragen aan de kritische depositiewaarde moeten krimpen of sluiten. Voor stikstofoxiden (industrie en transport) bedraagt de drempel 1 procent.

De Vlaamse regering verwacht dat met deze aanpak zo’n 90 procent van de industriële projecten die nu op stapel staan, kan worden uitgevoerd. Overige stikstofemissies, zoals die van verkeer en industrie, worden via generieke emissieregelingen geregeld. Boeren die hun activiteiten door deze verordening niet kunnen voortzetten of hun bedrijf niet kunnen uitbreiden, krijgen compensatie, zoals financiële steun voor bedrijfsadvies, bedrijfsverplaatsing, bedrijfsconversie of bedrijfssluiting.

Gemiddelde stikstofuitstoot in EU-landen. (Bron data: website CEIP)

Aanpassing van de grenswaarde?
De stikstofemissie per hectare land in Nederland is nog altijd het hoogst van alle EU-landen (zie figuur). Dit komt doordat de veedichtheid in Nederland het hoogst is (3,8 grootvee-eenheden per hectare, tegenover een EU-gemiddelde van 0,8). Daardoor is de overschrijding van de kritische depositiewaarde in buurlanden veelal ook minder en de urgentie van emissiereductie lager. Dat verklaart waarom in buurlanden veel ruimhartiger wordt omgegaan met vergunningverlening. In gebieden dicht bij de grens, bijvoorbeeld in Duitsland, is de depositie echter wel degelijk vergelijkbaar met de Nederlandse en staan Natura 2000-gebieden net zo onder druk. In Nederland heeft de Raad van State zich gebaseerd op een uitspraak van het Europees Hof. Deze uitspraak geldt voor alle Europese landen en mogelijk zullen ook andere landen hun beleid moeten bijstellen als milieuorganisaties daar naar de rechter stappen.

In Nederland is er nog steeds grote druk om de grenswaarde te verhogen. Zo pleitte LTO Nederland, de belangenorganisatie van de landbouw, voor herinvoering van de tot 2019 gebruikte grenswaarde van 1 mol stikstof. LTO stelt voor dit dan te combineren met een lagere stikstofuitstoot vanuit alle betrokken sectoren en met maatwerk per gebied om kwetsbare natuur te beschermen. In een recente reactie van het kabinet op het eindrapport van het Adviescollege Meten en Berekenen Stikstof (de commissie-Hordijk) wordt ook weer gesproken over de mogelijkheid om de grenswaarde te verhogen. Dit in samenhang met een ambitieuzere aanpak van de stikstofbronnen. Gegeven de huidige wetgeving is dit echter niet mogelijk zolang de natuurgebieden in ons land nog sterk overbelast zijn door stikstof. Die visie is ook overgenomen in Vlaanderen.

Meer weten over stikstof? Bestel de paperback Stikstof, de sluipende effecten op natuur en gezondheid.

Over de auteurs

Prof. dr. Wim de Vries
Hoogleraar Milieusysteemanalyse bij de WUR
Dr. Hans Kros
Senior wetenschappelijk onderzoeker aan de WUR
©Istock
Thema's

Thema's

Bekijk ook eens onze thema’s met een overzicht van de cahiers, artikelen en lesmaterialen die hierop aansluiten.

Nooit meer iets missen?

Wil je altijd op de hoogte blijven van nieuwe publicaties, dossiers en lesmaterialen? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief. Wij sturen je maandelijks een overzicht van alle nieuwe content.

Schrijf je in