Geen producten in je winkelmand.

18 november 2020
normaal verdiepend
15 minuten

Hoe emissies van ammoniak en stikstofoxiden te beperken

De auteurs

Boeren hebben tal van mogelijkheden om ammoniakemissies te reduceren. Ook voor het verkeer, de industrie en de bouw is er een breed scala aan maatregelen beschikbaar voor de reductie van stikstofoxidenemissie. De opties op een rij.

Minder ammoniakemissie uit de landbouw

Koeien

Zo’n 85 procent van de ammoniakemissie komt uit de landbouw en daarvan komt ruim de helft uit de melkveehouderij. Hier is nog veel milieuwinst te halen. Dat kan door verlaging van het eiwitgehalte in het voer, betere behandeling van de mest, vermindering van kunstmestgebruik, uitbreiding van de weidegang en aanpassingen aan de stallen. Een duurzame melkveehouderij is volledig grondgebonden – dus alle mest op eigen land en slechts onder voorwaarden gedeeltelijk bij boeren in de nabije omgeving. In de huidige melkveehouderij is 25 tot 40 procent reductie van ammoniakemissie mogelijk zonder dat de kosten van zuivelproducten en rundvlees omhoog hoeven.

Minder eiwitrijk voer: De urine is de belangrijkste ammoniakbron in de melkveehouderij. Hoe eiwitrijker het voer, hoe meer ammoniak in de koeienplas. Door het eiwitgehalte in het voer te verlagen, kan de ammoniakemissie uit stallen naar beneden. Minder eiwitrijk voer kan door verlaging van het krachtvoergebruik en verlaging van het eiwitgehalte in gras. Dit laatste kan door minder stikstof aan te brengen via kunstmest en dierlijke mest. De emissie in de hele mestketen kan zo worden teruggebracht.

Mest en urine scheiden: Zodra urine en mest bij elkaar komen, ontstaan er drijfmest en ammoniak. Stallen met vloeren die de vorming van drijfmest voorkomen, verminderen de ammoniakemissie sterk. In de praktijk is dat lastig te realiseren, maar er zijn wel vloeren die urine en mest zoveel mogelijk scheiden. Ook zijn er dichte en nagenoeg dichte vloeren die zorgen dat er minder ammoniak uit de kelder vervliegt, maar de ammoniakafname is dan kleiner dan bij gescheiden opvang van urine en feces.

Water bij de mest: Ruwweg de helft van de ammoniakemissie van een melkveebedrijf vindt plaats tijdens het uitrijden van mest. Deze emissie kan fors omlaag door water bij de mest te doen. Hoe meer water, des te groter dat effect. Voorkomen moet worden dat de uitspoeling van nitraat naar grondwater sterk toeneemt. Ook het uitrijden bij lage temperaturen en zwakke wind, bij bewolkt weer of tijdens regen kan de emissie verminderen. Daarnaast doet de boer er goed aan zo zuinig mogelijk met zijn mest om te gaan, om verlies te beperken maar ook om de stikstof zo goed mogelijk te benutten.

Stalaanpassingen: Net als bij de varkenshouderij werkt ook het plaatsen van een luchtwasser, die de ammoniak uit de ventilatielucht haalt. Het effect is echter kleiner, omdat melkveestallen niet volledig gesloten zijn. Sproeien met water over de roosters zorgt eveneens voor een flinke reductie. Het grote nadeel van zulke aanpassingen in de stal zijn de grote investeringen die ervoor nodig zijn.

Kippen en varkens

Pluimvee- en varkenshouderijen nemen een kwart van de totale agrarische ammoniakemissie voor hun rekeningHoe droger de kippenmest, des te kleiner de hoeveelheid fijnstof en daarmee ook de ammoniakemissie. De pluimveehouders houden de kippenmest daarom zo droog mogelijk. Daarnaast verwijderen ze met luchtwassers de ammoniak en het fijnstof uit de stallucht. De varkenshouders beperken met verschillende stalaanpassingen al langer het samenkomen van urine en mest, en daarmee ook de ammoniakemissie. Daarnaast koelen ze de mest en verwijderen ze de varkenspoep regelmatig uit de stal. Aanvullende luchtwassers halen de ontstane ammoniak vervolgens uit de stal.

Minder stikstofoxiden uit het verkeer, de industrie en bouw

Ook in het verkeer, de industrie en de bouw – vooral verantwoordelijk voor de uitstoot van stikstofoxiden-– zijn er tal van mogelijkheden om de stikstofemissies te reduceren. Het ligt voor de hand om de maatregelen te koppelen aan het klimaatakkoord, want als je CO2 uit fossiele brandstoffen aanpakt, gaat dat bijna altijd gepaard met vermindering van stikstofoxiden.

Verkeer

Door beperking van de verkeersintensiteit kunnen de stikstofemissies sterk worden beperkt. Dat is in de afgelopen tijd als gevolg van de coronacrisis wel gebleken, onder andere uit satellietmetingen. Als burgers en bedrijven meer gebruik maken van auto’s met katalysatoren of elektrische aandrijving daalt de emissie van stikstofoxiden ook flink. Dankzij Europees beleid zet deze daling door. De binnenvaart en meer nog de zeescheepvaart kunnen de grootste reducties verwachten van schonere scheepsmotoren. De recente aanscherping van de emissie-eisen zal daarbij helpen.

 

Een oplaadpunt voor elektrische auto’s. Als burgers en bedrijven meer gebruik maken van auto’s met elektrische aandrijving daalt de emissie van stikstofoxiden flink. ©Dreamstime

 

Industrie

Lagere stikstofemissies in de industrie zijn met name te bereiken door een dalend energieverbruik, toepassing van rookgasreinigingstechnieken, elektrificatie van processen en de inzet van waterstof als energiebron. De emissie van stikstofoxiden neemt ook af wanneer meer wind- en zonne-energie wordt gebruikt in plaats van fossiele bronnen als kolen en gas. Biomassa als energiebron levert juist meer emissie van stikstofoxiden op, en kan daarom beter niet worden toegepast.

Bouw

Als aannemers en bouwbedrijven beter letten op het brandstofverbruik en meer materiaal prefab laten aanleveren, scheelt dat in de emissie van stikstofoxiden. Ook zou een afname van het aantal vervoersbewegingen van werknemers en leveranciers schelen in de uitstoot. En misschien kan meer bouwmateriaal worden hergebruikt. Daarnaast zouden de bouwmachines – bulldozers, graafmachines, hijskranen – over kunnen schakelen op elektrische aandrijving.

De commissie-Remkes beveelt aan om de emissies in 2030 te halveren om de natuur te beschermen. Om die doelstelling te halen, moet er in alle sectoren fors geïnvesteerd worden en is volumebeleid – inkrimping van de veestapel of vermindering van het autogebruik – niet uit te sluiten. Hierbij is het van belang om zoveel mogelijk andere milieueffecten mee te nemen, zoals fijnstofuitstoot, broeikasgassen, waterkwaliteit, biodiversiteit en landschap.

Over de auteurs

Ir. Gerard Migchels
Senior wetenschappelijk onderzoeker aan de WUR
Prof. dr. Wim de Vries
Hoogleraar Milieusysteemanalyse bij de WUR
© Dreamstime
Thema's

Thema's

Bekijk ook eens onze thema’s met een overzicht van de cahiers, artikelen en lesmaterialen die hierop aansluiten.

Nooit meer iets missen?

Wil je altijd op de hoogte blijven van nieuwe cahiers, dossiers en lesmaterialen? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief. Wij sturen je maandelijks een overzicht van alle nieuwe content.

Schrijf je in