Is de overgang een persoonlijke kwestie waaraan elke vrouw zelf het hoofd moet bieden? Of is het een maatschappelijk vraagstuk? Onderzoek toont aan dat we, naast medische kennis, ook voorlichting en maatschappelijke actie nodig hebben om ruimte te maken voor het vrouwelijk lichaam in de overgang.
‘Verzamel en analyseer alle wetenschappelijke literatuur over de overgang op de werkvloer.’ Die opdracht kreeg een groep onderzoekers van het Amsterdamse VUmc in 2018 van instituut GAK en stichting WOMEN Inc. Het onderzoeksteam verwachtte duizenden artikelen te vinden, een gebruikelijk aantal. Tijdens hun zoektocht moesten de onderzoekers dan ook even slikken. Het aantal beschikbare studies kwam uit op 36 artikelen. Dat kwam hard aan, evenals het besef dat het onderwerp ‘de overgang’ op de werkvloer bitter weinig aandacht geniet.
Taboe doet zwijgen
De bevindingen uit het VUmc bleken slechts het topje van de ijsberg. Vervolgonderzoeken tonen aan dat de overgang een taboeonderwerp is. Ook met de huisarts wordt het weinig besproken, evenals met bedrijfsartsen, leidinggevenden en collega’s. Zelfs thuis is de overgang voor veel mensen een onderwerp dat ze liever ontwijken.
Recente onderzoeken laten zien dat het taboe op de overgang negatieve gevolgen heeft. Denk bijvoorbeeld aan mentale en fysieke uitputting van vrouwen in de overgang, groeiende relationele problemen thuis met partners en kinderen, beperkingen in de loopbaan en vervroegde uittreding uit de arbeidsmarkt.
Verder komt uit onderzoeken naar voren dat het onderwerp overgang door vrouwen als stigmatiserend wordt ervaren. Het roept een directe relatie op met ouder worden, met het idee dat het aantrekkelijk en begeerlijk zijn voorbij is. Er zijn weinig voorbeelden van begrip, respect en gepaste steun voor vrouwen in de overgang. Daarom kiezen veel van hen ervoor om te zwijgen over hun klachten. Ze lachen hun opvliegers weg en verdragen alle ongemakken die de overgang met zich meebrengt als ‘het nieuwe normaal’, zoals ook hun moeders en grootmoeders dat hebben moeten doen. Kort gezegd ontbreekt het ons als maatschappij aan inzicht, taal en handvatten om de overgang als maatschappelijk vraagstuk aan te pakken.
‘Lastig lichaam’
Hoe kon het zover komen dat de helft van de Nederlandse bevolking een belangrijke periode in hun levensloop zo vaak verzwijgt, negeert en verwaarloost? De plaats van vrouwen in de maatschappij wordt sinds lange tijd bepaald door opvattingen die gebaseerd zijn op patriarchale tradities. Dit betekent dat vrouwen niet als zelfstandige burgers worden behandeld en veel mensen ervaren dit als onrechtvaardige onderdrukking. Als gevolg hiervan hoort het vrouwelijk lichaam van oudsher thuis in het privédomein, behalve wanneer het als consumptieobject en bron van plezier kan worden beschouwd.
Vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw heeft de feministische beweging ervoor gezorgd dat vrouwen massaal het beroepsonderwijs en de arbeidsmarkt binnenstroomden. Maar de hardnekkige kijk op het vrouwelijk lichaam als ‘lastig lichaam’ dat bloed, melk en zweet produceert, en waarover niet gesproken mag worden, heeft standgehouden. Want ook al zijn vrouwen en mannen volgens de wet inmiddels gelijk, in de praktijk houdt het patriarchale gedachtegoed bewust en onbewust stand. De biologische kenmerken van de vrouw worden nog steeds vaak gekoppeld aan haar rol in de maatschappij, bijvoorbeeld als iemand die liefdevol zorg aan anderen verleent, bij voorkeur onbeloond en in stilte. Vrouwen hebben inmiddels wel stemrecht, maar het lijkt erop dat hun stem nooit aan hun lichaam werd gekoppeld.
Belangrijk wanneer het uitkomt
In de gezondheidszorg zijn de gevolgen van de door de maatschappij gecreëerde ongelijkheid tussen man en vrouw nog altijd sterk aanwezig. De ontwikkeling van de medische wetenschap heeft eeuwenlang het mannelijk lichaam als referentiekader gehanteerd. Een veelgenoemde reden hiervoor is dat het vrouwelijk lichaam te maken heeft met hormonale schommelingen, bijvoorbeeld tijdens de menstruatiecyclus en de overgang. Deze veranderingen maken onderzoek bij vrouwen complexer dan bij mannen. De gevolgen van deze keuze merken we vandaag de dag nog steeds. Denk bijvoorbeeld aan medicijnen die uitsluitend op mannen zijn getest en daardoor bij vrouwen minder goed werken of zelfs schadelijk kunnen zijn.
Tegelijkertijd wordt de voortplantingsfunctie van vrouwen wel als maatschappelijk belangrijk beschouwd. Dit sluit aan bij het patriarchale gedachtegoed waarin van vrouwen wordt verwacht dat ze hun man ter wille zijn, kinderen baren en voor het gezin zorgen. Vanuit dat perspectief wordt het vrouwelijk lichaam ook economisch ingezet. Meer kinderen betekent meer toekomstige arbeidskrachten en daarmee meer opbrengsten voor bedrijven en overheid.
De hardnekkige opvatting van het vrouwelijk lichaam als ‘voortplantingsmachine’ wordt nog steeds naar voren gebracht door radicale bewegingen, vaak in combinatie met anti-abortusleuzen. Volgens deze redenering verliest een vrouw, wanneer haar voortplantingsfunctie wegvalt, als het ware haar ‘economische’ waarde. Haar andere maatschappelijke bijdragen, zoals werk en vrijwilligerswerk, raken daardoor onderbelicht en ook haar gezondheid wordt minder relevant geacht.
Connectie breken om connectie te creëren
In 1967 schreef Joke Smit, journalist en aanjager van vrouwenrechten, over de revolutionaire impact van de anticonceptiepil: ‘Eindelijk wordt een vrouw losgekoppeld van de konijnen.’ Maar de werkelijke loskoppeling van het leven van vrouwen en hun voortplantingsfunctie vraagt om meer dan alleen de beschikbaarheid van anticonceptiemiddelen. Ook het gesprek over de overgang moet open worden gevoerd, zodat het taboe dat erop rust vrouwen niet verder in isolement en schaamte drijft.
De medische wetenschap doet nog onvoldoende om de connectie tussen reproductiviteit en een zinvol bestaan van vrouwen te doorbreken. Dat kan bijvoorbeeld door betere voorlichting, afgestemd op de behoeften van verschillende leeftijdsgroepen, via overheidsinitiatieven, zoals informatiecampagnes, lezingen en andere vormen van publieksvoorlichting.
Onzichtbaar graag
De maatschappij ziet de overgang als acceptabel als hij door een zorgprofessional is vastgesteld en in behandeling wordt genomen. Pas dan kan een vrouw serieus genomen worden, al levert dit ook het soms stigmatiserende label van ‘patiënt’ op. Het gaat dan bovendien hoofdzakelijk over de medische klachten die al dan niet met medicatie kunnen worden aangepakt. Andere klachten, bijvoorbeeld verandering in seksuele behoeftes, relationele problemen en geestelijk evenwicht, worden nog vaak buiten beschouwing gelaten of aan andere oorzaken geweten. Dat, terwijl veel vrouwen aangeven dat zij juist van deze zaken het meeste last hebben.
Het bagatelliseren van deze klachten kent een lange geschiedenis. Overgangsklachten werden al door artsen in de negentiende eeuw als ‘irrationele angsten’ van vrouwen afgedaan. Als resultaat werden vrouwen onderworpen aan allerlei leefstijlaanbevelingen, zoals dag indeling of dieet, en medicijnen. De medicalisering van de overgang die destijds in gang is gezet, kan overigens ook leiden tot de over medicalisering van het verouderingsproces bij de vrouw. Dit betekent dat ouder worden niet als natuurlijk proces wordt gezien, maar als ziekte die behandeling behoeft en het liefst onzichtbaar blijft.
Tegelijkertijd is er gebrek aan hulp waar het over niet-medische kwesties gaat, bijvoorbeeld problemen in relaties en nieuwe seksuele behoeftes. Dit heeft negatieve consequenties zoals zwijgen over symptomen die te verhelpen zijn, bijvoorbeeld slapeloosheid en vergeetachtigheid. Ook incasseren sommige vrouwen stigmatiserende opmerkingen vanuit de omgeving, waardoor ze zich eenzaam en soms wanhopig voelen. Daarbij speelt zelf-stigmatisering een extra negatieve rol, want veel vrouwen zijn nog tot op de dag vandaag overtuigd dat het hun eigen verantwoordelijkheid is om overgangssymptomen te verhelpen. Naast hun werk. Naast de informele zorg die ze thuis verlenen. Naast de zorg die ze over de wereld om zich heen dragen.
Mythen, misinformatie en maatschappelijke relevantie
De afgelopen jaren zijn er veel zelfhulpboeken gepubliceerd waarin (vaak witte, theoretisch opgeleide) vrouwen zich uitspreken over de ervaringen die zij zelf tijdens de overgang hebben opgedaan. Deze boeken doen een poging om de kloof te overbruggen tussen puur medische informatie en het gebrek aan voorlichting. Ook grassroots-stichtingen en facebookgroepen kunnen waardevolle informatie verschaffen aan vrouwen in de overgang die anders in isolement dreigen voort te modderen. Tegelijkertijd kan het gebrek aan deskundigheid en diversiteit mythen en misinformatie over de overgang in stand houden. Ook kan er op deze plekken niet genoeg rekening worden gehouden met het maatwerk dat voor veel mensen in de overgang nodig is.
Om de maatschappelijke beeldvorming over de overgang hoofd te kunnen bieden, moeten er veranderingsprocessen in gang gezet worden. Vrouwen hebben recht op gerichte educatie op alle niveaus, voor jongeren en volwassenen. In het vrouwelijk lichaam komen de biologische, sociaal-maatschappelijke en culturele aspecten van de vrouwelijke levensloop samen. In die samenhang moet het bestudeerd en gerespecteerd worden. Tegelijkertijd dienen de maatschappelijke verwachtingen en de waardering van vrouwen losgekoppeld te worden van hun reproductieve functie. Praten over de overgang (en ook menstruatie, zwangerschap en moederschap) mag niet langer als ‘onbeleefd’ en ‘ongepast’ worden weggezet. Het gaat immers over het welzijn van de vrouw.
De overgang dient beschouwd te worden als een maatschappelijk relevant vraagstuk en dus niet als een persoonlijke kwestie van een vrouw. Pas als dat gebeurt, kan er in iedere context en openlijk een gesprek over de overgang gevoerd worden en de genodigde actie plaatsvinden. Dat geldt zowel thuis als op de werkvloer, bij zorgverleners en in het politieke debat.
Eeuwenlang werden allerlei symptomen en klachten bij vrouwen gediagnosticeerd als hysterie. Denk aan nervositeit, flauwvallen, buikpijn, impulsieve of juist wegvallen van seksuele verlangens en, zoals hierboven uitgebeeld, catalepsie (spierstijfheid). Ook overgangsklachten werden afgedaan als hysterie. Lange tijd dacht men dat de baarmoeder en eierstokken de bron waren van hysterie. Een van de mogelijke behandelingen was dan ook een hysterectomie, oftewel verwijdering van de baarmoeder, al was het weghalen van de eierstokken gebruikelijker (© Wikimedia Commons).
Dit artikel komt uit het boek De overgang – een nieuwe fase. Pre-order het boek nu via de webshop!