‘Seks op latere leeftijd is gezond.’ Dat wordt vaak gezegd, maar is het ook waar? Seks kan de lichamelijke en geestelijke gezondheid inderdaad bevorderen, evenals geluk en kwaliteit van leven, maar daarvoor zijn seksueel plezier, seksuele bevrediging en een positief seksueel zelfbeeld cruciaal. Of iemand plezier aan seks beleeft, hangt niet alleen af van diens lichamelijke en mentale gezondheid, maar vooral ook van de communicatie met partners over wensen en grenzen.
Net als de meeste mensen vinden ook de meeste ouderen een plezierig seksleven belangrijk. Iemands plezier in seks hangt af van veel factoren, maar hormonen zijn daarbij niet het belangrijkst. De directe invloed van de overgang op seksualiteit is veel minder groot dan vaak wordt beweerd. Belangrijker zijn een plezierige seksuele voorgeschiedenis, het lichamelijke en psychische welzijn en vooral het vermogen om zich samen met een partner of partners aan te passen aan veranderende omstandigheden.
Seksuele problemen komen voor in elke levensfase
Tevredenheid over het seksleven wordt door veel factoren bepaald, maar in veel wetenschappelijk onderzoek wordt alleen gekeken naar ‘of alles het doet’ en niet naar hoeveel plezier mensen aan seks en intimiteit beleven. In onderzoeken onder heteroseksuele mensen wordt seks bijvoorbeeld vaak gereduceerd tot penis-in-vaginaseks (PIV), zonder aandacht te besteden aan tevredenheid over het seksleven als geheel, inclusief andere seksuele handelingen dan PIV.
In onderzoeken waarin breder naar seksualiteit wordt gekeken, rapporteren iets meer vrouwen seksuele problemen in de overgang dan daarvoor of erna. Toch zegt ook in deze levensfase minstens de helft van de vrouwen tevreden te zijn over hun seksleven. Sommige er varen zelfs een beter seksleven, bijvoorbeeld doordat ze niet meer menstrueren, niet meer zwanger kunnen worden, inmiddels weten wat ze lekker vinden en meer tijd hebben.
Als vrouwen in de overgang seksuele klachten ervaren, zijn dat vooral: verminderd seksueel verlangen, vaginale droogheid en/of pijn bij PIV (dyspareunie), verminderde opwinding en orgasme en afgenomen seksuele tevredenheid.
Komt het allemaal door de hormonen?
Seksualiteit is een complex fenomeen waarbij biologische, psychologische en sociale factoren samenkomen. Het is daarom lastig om lichamelijke en hormonale effecten van de overgang op seksualiteit te onderscheiden van de psychische en sociale veranderingen van meer algemene verouderingsverschijnselen.
Het belangrijkste effect van veroudering is dat mensen geleidelijk wat meer, directere en langdurigere prikkels nodig hebben om opgewonden te worden en zin in seks te krijgen. Bovendien neemt voor velen het belang van opwinding en PIV wat af en worden verbinding en intimiteit belangrijker. Het blijkt dan ook dat ouderen niet minder tevreden zijn over hun seksleven en hun relatie(s), en ook niet meer seksuele problemen hebben dan jongeren. Het is daarbij opvallend dat van alle seksuele problemen die men vaak aan de overgang toe schrijft, alleen vaginale droogheid bij PIV wat vaker voorkomt. Zelfs pijn bij PIV komt bij vrouwen rond de 55 jaar niet vaker voor dan bij vrouwen rond de 20 jaar.
Hoewel een deel van de vrouwen seksuele klachten ervaart tijdens de overgang, krijgt een veel grotere groep helemaal geen klachten van verminderde zin of van droogheid of pijn bij PIV. Toch maakt iedereen dezelfde hormonale veranderingen door. Het is dus te simplistisch om te denken dat het allemaal komt door die hormonen. Bovendien blijken klachten van droogheid en pijn bij seks helemaal niet samen te hangen met het dunner worden van de vaginawand (zie 2.4 Urogenitale klachten) en ook niet met lage oestrogeenspiegels.
Wat doen de hormonen wel?
Lichamelijke seksuele opwinding begint zodra seksuele prikkels (iets wat je denkt, voelt, ziet, hoort of ruikt) je seksuele systeem (hersenen en geslachtsdelen) activeren. Vervolgens krijg je pas zin in seks als die prikkels en de omstandigheden (partner, situatie) je bevallen en je hoopt op een beloning (plezier, orgasme). Enkel dat ‘aanzetten’ van het seksuele systeem wordt beïnvloed door een aantal stoffen in het bloed. De belangrijkste zijn dopamine, serotonine en testosteron, het enige hormoon dat direct invloed heeft op seksualiteit. Een voldoende hoeveelheid testosteron bepaalt ook bij vrouwen de gevoeligheid voor seksuele prikkels, de frequentie van seksuele gedachten en fantasieën en de gevoeligheid van de geslachtsdelen voor seksuele stimulatie. Bij de meeste vrouwen in de overgang verandert de hoeveelheid testosteron niet of nauwelijks. Hun eierstokken gaan gewoon door met de productie ervan. Minder dan 10 procent van de vrouwen in en na de overgang heeft een te laag testosteronniveau en heeft daar ook last van.
De lage oestrogeenspiegels rond en na de overgang kunnen allerlei overgangsklachten veroorzaken, maar zijn zoals hierboven uitgelegd niet verantwoordelijk voor pijn en droogheid bij PIV. Bij adequate seksuele stimulatie blijkt er namelijk geen enkel verschil in seksuele zwelling en lubricatie (nat worden) te zijn tussen vrouwen voor en na de overgang. Wat de afname in oestrogeen wél doet, is de vaginale doorbloeding verminderen, evenals de vochtigheid in niet-seksueel gestimuleerde situaties (zie 2.4 Urogenitale klachten). Vrouwen in de overgang verliezen daardoor het vermogen om bij voldoende ontspanning pijnloos PIV te ondergaan als ze niet of nog niet voldoende opgewonden zijn. Je kunt dat vermogen (voor een deel) herstellen met vaginale oestrogeencrèmes of glijmiddelen. Maar het is de vraag of vrouwen niet méér gebaat zijn bij meer aandacht voor wat zij nodig hebben om opgewonden te raken en plezier aan seks te beleven. Daarnaast spelen bij dyspareunie overactieve bekkenbodemspieren vaak een belangrijke rol als angstige reactie op herhaaldelijke pijn (vaginisme). Veel vrouwen komen hierdoor in vicieuze cirkels terecht en hebben uiteindelijk geen zin meer in iets waarvan ze van tevoren weten dat het pijn zal opleveren. Ook psychologische factoren, zoals stemmingswisselingen, depressie, angst of negatieve gedachten over het (veranderende) lichaam kunnen het seksueel plezier van vrouwen in de overgang beïnvloeden. Maar de meeste seksuele problemen van vrouwen in de over gang hangen samen met de mate waarin zij last hebben van typische overgangsklachten, waarbij vooral slaapproblemen hun welzijn, stemming en seksuele tevredenheid sterk negatief beïnvloeden.
| Mythes en misverstanden
Over seks bestaan allerlei mythes en misverstanden. In heterorelaties zijn vooral de vrouwen daar de dupe van. Dat is onder andere te zien aan de orgasmekloof (het grote verschil in aantal orgasmes tijdens seks in heterorelaties). Maar het is bovenal te merken aan een kloof in plezier. Om te onthouden:
|
||
Contextuele en relationele aspecten
De belangrijkste voorspellers van seksuele tevredenheid en seksuele activiteit zijn de seksuele en relationele voorgeschiedenis en de huidige seksuele relatie. Als er voor de overgang sprake was van open communicatie over seksualiteit en als seksualiteit een bron was van tevredenheid en geluk, is de kans groot dat dat tot op hoge leeftijd zo blijft.
De overgang heeft wel enige invloed op een aantal lichamelijke aspecten van seksueel functioneren, maar nauwelijks op seksuele tevredenheid. Dat komt waarschijnlijk doordat vrouwen met een positieve seksuele voorgeschiedenis, en hun partners, zich makkelijker aanpassen aan lichamelijke veranderingen die door de overgang en veroudering worden veroorzaakt.
Afbeelding © Shutterstock.
In de (zorg)praktijk
Veel vrouwen in de overgang ervaren seksuele problemen en heb ben seksuologische zorgvragen. Toch wordt hier in de praktijk weinig aandacht aan besteed, terwijl vrouwen dat wel van hun zorgverleners verwachten. Bij de seksuele problemen van vrouwen in de overgang spelen fysieke factoren bovendien een relatief kleine rol, terwijl artsen het belang van zaken zoals atrofie en vaginale droogheid sterk over schatten. Een onderschat probleem is juist dat, van alle seksuele problemen rond de overgang, minstens een kwart wordt veroorzaakt door medicijnen, bijvoorbeeld door bètablokkers, statines, antidepressiva en benzodiazepinen.
Alleen kijken naar de rol van hormonen is meestal niet de oplos sing. Het is belangrijk dat er ook aandacht wordt besteed aan uitleg over hoe seks werkt, aan de psychische en sociale factoren en de rol van de partner bij seksuele problemen. En uiteindelijk dus aan het hervinden van seksueel plezier.
Dit artikel komt uit het boek De overgang – een nieuwe fase. Pre-order het boek nu via de webshop!