Tijdens de overgang fluctueren de hormonen oestrogeen en progesteron flink. Schommelende hormonen gaan gepaard met klachten en symptomen in het hele lichaam. Soms duwt de ene schommel de andere ook nog eens aan. Het is dan moeilijk om te achterhalen welke oorzaak de eerste duw gaf.
Cyclus en bloeding
De menstruatiecyclus verandert vanaf ongeveer het veertigste levensjaar. Vaak merken vrouwen dit voor het eerst doordat de tijd tussen de menstruaties korter wordt. Daarna wordt de cyclus onregelmatig, omdat oestrogeen en progesteron niet meer goed met elkaar in balans zijn. Soms blijft de menstruatie een paar maanden weg en komt dan opeens terug. Ook de bloeding kan veranderen. Iemand kan meer bloed verliezen dan vroeger, of juist minder.
Hevige bloedingen kunnen ook andere oorzaken hebben, bijvoorbeeld poliepen (goedaardige bolletjes slijmvlies in de baarmoederholte) of myomen (ook wel vleesbomen genoemd; goedaardige spierknobbels in de baarmoeder). Veel bloedverlies kan bloedarmoede veroorzaken.
Dat gaat gepaard met klachten, zoals moeheid, duizeligheid, hartkloppingen of warmteaanvallen. Deze klachten kunnen ook passen bij de overgang zonder dat iemand bloedarmoede heeft. Dat kan verwarrend zijn, dus bespreek de klachten altijd met de huisarts. Er zijn behandelingen die de hoeveelheid bloedverlies kunnen verminderen. Je kunt hierbij denken aan een hormoonspiraal of anticonceptiepil.
Uiteindelijk vindt de laatste menstruatie, oftewel de menopauze, plaats en stopt het bloedverlies. Elke bloeding die minstens een jaar na de menopauze plaatsvindt, wordt abnormaal genoemd. Dat hoeft niet te betekenen dat er iets ernstigs aan de hand is, maar het is wel een reden voor verder onderzoek.
Opvliegers en nachtzweten
Opvliegers zijn misschien wel het bekendste symptoom van de overgang. Ze komen voor bij 80 tot 90 procent van iedereen in de overgang. Een opvlieger is een warmteaanval die vanuit het borstbeen ‘opvliegt’ naar de hals en het hoofd. Meestal duurt zo’n aanval drie tot vijf minuten, soms langer. Het aantal opvliegers verschilt per persoon, evenals de lengte, hevigheid en hoe hinderlijk ze voor iemand zijn. Sommige vrouwen hebben enkele keren per week een opvlieger; andere meerdere keren per uur. En sommigen hebben ze uitsluitend overdag of juist alleen in de nacht. Nachtelijke opvliegers worden ook wel nachtzweten genoemd.
Opvliegers worden beschouwd als typische overgangsklachten, maar komen ook voor bij bijvoorbeeld een te snel werkende schildklier, hoge bloeddruk, stress, angst- en paniekstoornissen of overmatig alcoholgebruik.
Een opvlieger ontstaat in het warmtecentrum van de hypothalamus (een onderdeel van de hersenen). Dit centrum regelt de lichaamstemperatuur. Je kunt het zien als een soort thermostaat. Zolang de temperatuur binnen de zogeheten ‘thermoneutrale zone’ blijft, reageert het lichaam niet. Maar bij veel opwarming ga je zweten en worden de bloedvaten wijder. Bij flinke afkoeling ga je rillen en vernauwen de bloedvaten zich juist.
Bij schommeling of dalende oestrogeenspiegels raakt de thermostaat sneller ontregeld (zie figuur 1). Oestrogeen beïnvloedt namelijk de boodschapperstoffen (neurotransmitters) die signalen afgeven aan het warmtecentrum. Bij iemand in de overgang is de ‘thermoneutrale zone’ in feite kleiner geworden. Een heel kleine opwarming kan dan al zorgen voor een signaal in het warmtecentrum. Het lichaam reageert vervolgens sterk en probeert warmte kwijt te raken die er eigenlijk niet is. Pittig eten, koffie, thee en alcohol, maar ook stress, kunnen een trigger zijn voor een verstoord signaal en zo opvliegers geven.
Fig.1. Tijdens de overgang staat het warmtecentrum in de hersenen strakker afgesteld. Een kleine trigger, zoals een warme drank of stressmoment, kan het centrum ontregelen ( © Stichting BWM). Klik op de afbeelding om deze te vergroten.
Slaap en hersenmist
De uitspraak ‘slaap is het beste medicijn’ bestaat met een reden. Een verstoorde nachtrust kan klachten geven, zoals moeheid, geheugen- en concentratiestoornissen en stemmingswisselingen. Sommige slechte slapers ervaren het gevoel dat ze een ‘wattenhoofd’ hebben.
Dat wordt ook wel brain fog of hersenmist genoemd. Iemand functioneert dan niet meer zoals die gewend is.
Slaapklachten in de overgang kunnen een flinke puzzel vormen. Wat is oorzaak en wat is gevolg? De gevolgen van slecht slapen zijn ook mogelijke symptomen van de overgang zelf. Ze kunnen dan juist de slaapproblemen veroorzaken en/of verergeren. Er kan dus een domino-effect ontstaan. Met name doorslaapproblemen komen veel voor in de overgang. Het hoofd gaat dan als het ware ‘aan’ en de uitknop lijkt onvindbaar.
Slaapproblemen behandelen is een vak apart. De oorzaak kan een sleutel zijn voor de oplossing. Iemand die vóór de overgang goed sliep, kan vaak veel verbeteren via gedragsaanpassingen. Als stemmingsklachten de oorzaak lijken te zijn, kan behandeling daarvan helpen.
Geen klachten, toch kantelpunt
Ongeveer een op de vijf vrouwen heeft geen klachten en fietst fluitend door de overgang. Dat betekent alleen niet dat er geen onopgemerkte symptomen zijn. De menopauze is voor alle vrouwen een kantelpunt in hun gezondheid. Ook een klachtenvrije overgang gaat gepaard met de gevolgen van het verlies van oestrogeen. Denk daarbij aan minder goede bescherming tegen hart- en vaatziekten en botontkalking. Het is daarom belangrijk om de risicofactoren te kennen en er bijtijds mee aan de slag te gaan (zie hoofdstuk 3 Impact op de langere termijn).
Fig 2. Iedereen beleeft de overgang anders. Sommige vrouwen hebben nauwelijks klachten, andere heel veel (© Stichting BWM). Klik op de afbeelding om deze te vergroten.
Communicatie
De overgang kan invloed hebben op de relatie tussen een vrouw en haar partner, gezin en omgeving. Relatieproblemen kunnen overgangsklachten verergeren en vice versa. Veel mensen vinden het lastig om deze fase met hun partner te bespreken, maar het helpt wel om elkaar beter te begrijpen. Sommige vrouwen zijn meer op zichzelf gericht en hebben tijdelijk wat minder interesse in hun omgeving. Ook dat kan relaties beïnvloeden. Met elkaar in gesprek gaan, klachten uitleggen en samen naar oplossingen zoeken kunnen helpen. Ook op de werkvloer is bespreekbaarheid van de overgang belangrijk. Overgangsklachten kunnen zes tot acht keer meer kans geven op ziekteverzuim. Een bedrijfsarts, bijvoorbeeld, kan helpen zoeken naar oplossingen en ondersteuning.
Dit artikel komt uit het boek De overgang – een nieuwe fase. Pre-order het boek nu via de webshop!