En dan, wat is natuur nog in dit land? - Biowetenschappen & Maatschappij

Geen producten in je winkelmand.

En dan, wat is natuur nog in dit land?

Met meer dan 53 duizend vierkante kilometer is het Wrangell-St. Elias National Park, in het zuiden van de Amerikaanse staat Alaska, groter dan heel Nederland. En daarbij is van ons totale oppervlak maar 12% pure natuur. Van de omvang moet onze natuur het dus niet hebben. Wel van de variatie.

Waar de somberende dichter J.C. Bloem zich in zijn Dapperstraat (1953) afvroeg wat natuur nou helemaal voorstelt in ons land, benadrukken biologen, natuurbeheerders en ook gewone liefhebbers dat er meer dan voldoende Nederlandse natuur is om ons druk over te maken. En druk maken, dat doen we dan ook. Niet alleen op het grensvlak tussen economie en ecologie, ook binnen de wereld van de natuurbeheerders valt er genoeg te discussiëren.

De natuur als dienstverlener

Vaak zijn ecologie en economie elkaars natuurlijke tegenpolen: waar het geld regeert, legt het groen het af. Toch zijn er ook veel raakvlakken. Onder de noemer ‘ecosysteemdiensten’, is in geld uitgedrukt wat Moeder Natuur aan onze economie bijdraagt. Ruim één biljoen dollar aan voedsel, 700 miljard aan bouwmateriaal, ruim één biljoen voor erosiebestrijding… Al met al levert de natuur ons jaarlijks voor 33.268 miljard dollar aan diensten. Naar schatting dan. Koraalriffen spannen de kroon. Deze kraamkamers van vis en toeristische hotspots vertegenwoordigen een economische waarde van 350 duizend dollar per hectare.

 

De economische waarde van natuur wordt in toenemende mate berekend en meegewogen.

 

Helpende natuur

Waar de natuur ons niet spontaan helpt, kunnen we haar ook inzetten. In Nederland gebeurt dat bijvoorbeeld op het gebied van het waterbeheer. Al vele eeuwen worden er aan onze noordkust paaltjes langs de kwelders gezet, zodat het getij daar twee keer per dag een beetje nieuw land tussen kan leggen, als buffer tegen de zee. Een modernere variant van dit ‘bouwen met de natuur’ is te vinden aan de Noordzeekust, bij Kijkduin. In 2011 heeft Rijkswaterstaat daar de zandmotor aangelegd: een schiereiland van ruim 20 miljoen kuub Noordzeezand. In de loop van de jaren zal dat zand geleidelijk door stroom en wind langs de Zuid-Hollandse en Noord-Hollandse kust worden verspreid. Het is daarmee een goedkoper alternatief voor de jaarlijkse zandsuppleties, al kostte ook de zandmotor nog steeds 70 miljoen euro.

Bouwen met de natuur: een enorme hoeveelheid extra zand wordt voor de kust aangebracht, en zal door de natuur in de komende jaren worden verspreid. Daarmee wordt de kustlijn sterker. De eerste stap zet de mens, de rest wordt gedaan door het water en de wind.

 

Nieuwe wildernis

In een land waar over iedere vierkante meter is nagedacht, lijkt nauwelijks nog ruimte voor ‘wilde’ natuur. Zelfs over het gewenste aantal bedreigde planten of dieren in een natuurgebied zijn in Den Haag en Brussel wetten en richtlijnen gemaakt. Mede in reactie op dat strakke keurslijf is een vorm van natuurbeheer bedacht die wél ruimte biedt aan spontane natuurlijke processen: rewilding. Het kan gaan om rivieren die weer mogen overstromen of juist droogvallen, of om het terugbrengen van ontbrekende schakels in een ecosysteem, zoals natuurlijke groepen grote grazers. Begin jaren tachtig verschenen de eerste groepen Schotse hooglanders in Nederlandse natuurgebieden. Van recenter datum zijn de wisenten, of Europese bizons die nu vrij door de duinen bij Bloemendaal en door de Brabantse Maashorst lopen.

Rewilding gaat niet overal zonder slag of stoot. Ruim baan voor natuurlijke processen betekent ook: ruim baan voor geboorte en sterven. Nergens is dat zo duidelijk geworden als in de Oostvaardersplassen.

Vijandige natuur

Volgens filosoof Johan van de Gronden, oud-directeur van het Nederlandse Wereld Natuur Fonds, is het niet eens zozeer dat contrast tussen dierenbeschermers en natuurbeschermers dat het ‘natuurdebat’ vergiftigt. Het is vooral ons boerenbloed dat ons dwarszit. Van de Gronden: ‘De casus “Oostvaardersplassen” maakt pijnlijk duidelijk dat verschillende groepen Nederlanders elk heel anders denken over natuur en de gewenste inrichting van ons landschap. Veel heeft te maken met het vaak aangehaalde cliché van een natie die zijn woonstee met noeste arbeid heeft veroverd op een vijandige omgeving vol verraderlijk water en zompige moerassen.

Nog steeds legt de Nederlandse land- en tuinbouwsector met ongeveer 60% van het oppervlak het grootste beslag op de geografische ruimte, terwijl het maar 1,5% bijdraagt aan het binnenlands product. Ter contrast: slechts 12% van het landoppervlak geldt als beschermd natuurgebied. Maar die 60% agrarische grond is in veel gevallen minder natuurlijk dan een stedelijke omgeving. In zekere zin is de Nederlandse natuurbeweging dan ook bezig met een onmogelijke opgave: zonder een grondige hervorming van de industriële landbouw en de intensieve veehouderij is herstel van de soortenrijkdom op nationale schaal ten dode opgeschreven.’

 

 

Je las een samenvatting van cahier ‘Natuur in Nederland’. Dit cahier werd samengesteld door Han Olff, Ellen van Donk, Jelle Reumer en eindredacteur Rob Buiter.
Meer weten over Natuur in Nederland? Lees ook de artikelen Oostvaardersplassen en Stadsnatuur. Of download direct het hele cahier Natuur in Nederland.

Terug naar overzicht

Nooit meer iets missen?

Wil je altijd op de hoogte blijven van nieuwe boeken, dossiers en lesmaterialen? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief. Wij sturen je maandelijks een overzicht van alle nieuwe content.

Schrijf je in