Geen producten in je winkelmand.

20 maart 2020
normaal verdiepend
10 minuten

Groepsimmuniteit

De auteurs

Premier Rutte sprak op 17 maart 2020 het Nederlandse volk toe. Zeven miljoen mensen zaten op dat moment voor de televisie. Zijn boodschap was indringend. Hij waarschuwde dat niet duidelijk is hoelang het gaat duren voordat wij het nieuwe cornonavirus onder de duim hebben. Wat hij wel voorspelde, is dat een groot deel van de bevolking het virus uiteindelijk zal oplopen. De maatregelen kunnen dat niet voorkomen, maar zijn allereerst bedoeld om ervoor te zorgen dat we niet allemaal tegelijk ziek worden en daardoor ziekenhuizen overbelast raken. Ten tweede zijn ze erop gericht om juist de mensen voor wie het coronavirus een reële bedreiging vormt – ouderen en mensen met een kwetsbare gezondheid – te beschermen.

Rutte schetste drie scenario’s, maar eigenlijk was er volgens hem maar één goed scenario, namelijk gecontroleerd van dag tot dag passende maatregelen nemen om overdracht te verminderen, verspreiding te vertragen en daarmee tijd te winnen en ziekenhuizen een overbelasting te besparen. De andere scenario’s, het virus vrij spel geven of het land meer dan een jaar op slot doen, achtte hij onhaalbaar. En dus is alles er nu op gericht om de golf van infecties zoveel mogelijk uit te smeren over de tijd, zodat niet iedereen tegelijk ziek wordt en ziekenhuizen niet worden overbelast. Tegelijkertijd bouwen we, aldus Rutte, daarmee geleidelijk groepsimmuniteit onder de bevolking op. Als er later een vaccin bijkomt, kan de groepsimmuniteit daarmee verder versterkt worden. Daarmee bedoelde Rutte niet dat hij met zijn maatregelen groepsimmuniteit nastreeft, maar wel dat dat uiteindelijk het virus de kop indrukt. Het was voor het eerst dat de regering het woord groepsimmuniteit liet vallen.

Wat houdt groepsimmuniteit in?

Groepsimmuniteit is de weerstand van een groep of een bevolking tegen de verspreiding van een ziekteverwekker omdat een deel van die groep niet (meer) vatbaar is en de ziekte daardoor niet kan doorgeven (in deze tekst hebben we het over het coronavirus en spreken we dus verder niet meer van ziekteverwekkers). Na een ziekte hebben mensen specifieke weerstand tegen een nieuwe besmetting met hetzelfde virus.

Als heel veel mensen de ziekte doorgemaakt hebben, kan het virus die mensen niet meer gebruiken voor verspreiding en zich daarna dus niet meer handhaven in die groep mensen. Pas als het virus zelf verandert, kan het zich weer opnieuw verspreiden. Dat is de ‘truc’ die het griepvirus jaarlijks toepast. Ook kan het virus zich weer verspreiden wanneer er veel nieuwe vatbare mensen in de groep komen door geboorten. Dat zien we gebeuren bij mazelen in een bevolkingsgroep die zich niet laat vaccineren en waarbij van buitenaf een virus de groep inkomt.

Download hier de gratis powerpoint

 

Welke groepsbescherming geeft vaccinatie

Je kunt groepsimmuniteit ook bereiken door een substantieel deel van de bevolking te vaccineren. Door vaccinatie maak je afweercellen en antilichamen die net zo werken als de afweercellen en antilichamen die je krijgt door het doormaken van de ziekte, alleen hoef je nu niet ziek te worden. Als door vaccinatie en doorgemaakte ziekte het aantal beschermde mensen boven een bepaalde drempel ligt, zijn de niet-gevaccineerden redelijk goed beschermd. Wordt een niet-gevaccineerde dan toch besmet, dan zijn er niet genoeg mensen in zijn of haar omgeving om de ziekte door te geven. Vaccineren doe je dus niet alleen voor jezelf, maar ook voor mensen die zelf niet beschermd zijn tegen deze ziekten. Zoals baby’s, oudere mensen of zieke mensen. Door te vaccineren, wordt de verspreiding van de ziekte gestopt, net zoals door een epidemie na enige tijd de ziekte uit de bevolking verdwijnt.

Wat doen we zolang er nog geen vaccin en behandeling is?

Voor het nieuwe coronavirus is nog geen vaccin beschikbaar. We moeten het dus doen met onze natuurlijke afweer. Hoeveel mensen in de bevolking immuun moeten zijn om voldoende groepsimmuniteit te bereiken, is afhankelijk van het soort infectie en de omstandigheden waaronder deze circuleert. Het is nog niet met zekerheid bekend of en hoe lang onze afweer tegen een nieuwe corona-infectie bestand is. We weten ook nog niet of dit virus het vermogen ontwikkelt om zich steeds iets te veranderen en ons daardoor weer opnieuw ziek kan maken. Als we kijken naar de corona-virussen de we al langer kennen, lijkt het redelijk te verwachten dat onze afweer wel meerdere maanden of zelfs jaren effectief is tegen herbesmetting en dat het virus niet erg makkelijk en snel verandert.

Als overdracht van virussen naar anderen erg makkelijk gaat, als een virus buiten ons lichaam lang kan overleven in de omgeving, als er weinig virusdeeltjes nodig zijn voor een nieuwe besmetting, dan kan één zieke persoon veel andere ziek maken. De ziekte ervaren we dan als ‘zeer besmettelijk’.
Om groepsimmuniteit bij een ‘zeer besmettelijke’ ziekte, zoals mazelen, op te bouwen moeten erg veel mensen in de omgeving van een zieke voor de ziekte immuun zijn, waardoor ze hem niet kunnen doorgeven.

Bij een ‘weinig besmettelijke’ ziekte ontstaat de groepsimmuniteit al eerder als er minder mensen gewapend zijn. Omdat nog niet helemaal duidelijk is hoe besmettelijk het nieuwe coronavirus is, is het ook lastig te zeggen hoeveel mensen de infectie moeten oplopen om groepsimmuniteit te bereiken en hoelang het duurt voordat die drempel wordt bereikt. Het lijkt erop dat het nieuwe coronavirus gemiddeld 2 à 3 mensen besmet. Dan zou, volgens Jaap van Dissel 60% groepsimmuniteit genoeg moeten zijn.

Wel is duidelijk dat afzonderingsmaatregelen (dat geldt ook voor beperkte maatregelen als gepaste afstand houden, hoesten/niezen in elleboog, handen wassen, geen handen schudden, thuisblijven met verkoudheidsklachten) ertoe bijdragen dat de overdracht wordt verminderd en de snelheid van infectie worden afgevlakt. Dat klinkt goed, maar tegelijkertijd gaat het daardoor langer duren voor er een substantiële groepsimmuniteit wordt bereikt. Daar komt nog bij dat van dit nieuwe coronavirus niet bekend is hoelang de immuniteit van mensen die de infectie hebben doorgemaakt in stand blijft. Van andere, milde coronavirussen die verkoudheid veroorzaken is bekend dat mensen na ongeveer een jaar toch weer bevattelijk zijn voor de infectie. Er is dus nog een hoop onzeker, en dat zal nog wel even zo blijven.

Over de auteurs

Dr. Jim van Steenbergen
Dr. Jim van Steenbergen is epidemioloog en arts Maatschappij en Gezondheid en bestuurslid van stichting Biowetenschappen en Maatschappij
Prof. dr. Wiel Hoekstra
Emeritus hoogleraar Algemene Microbiologie en bestuurslid van de stichting Biowetenschappen en Maatschappij