Virussen, wat zijn het en wat doen ze met ons? - Biowetenschappen & Maatschappij

Geen producten in je winkelmand.

18 maart 2020
normaal verdiepend
10 minuten

Virussen, wat zijn het en wat doen ze met ons?

De auteurs

We worden niet alleen omringd door planten en dieren, maar ook door micro-organismen die zo klein zijn dat je ze alleen met een microscoop kunt zien. Bacteriën zijn de meest bekende micro-organismen maar ook virussen staan sinds de uitbraak van corona volop in de belangstelling.

Virussen zijn nog kleiner dan bacteriën. Pas met een elektronenmicroscoop, een apparaat dat meer dan een miljoen keer vergroot, zijn ze te zien. Er is een enorm breed scala aan grote en kleine virussen die op en in ons verblijven, in een uitgebalanceerd evenwicht met bacteriën die ons ook met miljoenen bevolken. Al deze micro-organismen samen noemen we microbiota: er zijn verschillende mooie ecosystemen van micro-organismen op onze huid, in onze luchtwegen, in onze darm, en op onze slijmvliezen. De virussen in deze microbiota zijn onze ‘vrienden’, ze passen bij ons. Helaas zijn er ook virussen die we niet bij ons willen hebben, omdat we er ziek van kunnen worden.

Als je ze door zo’n microscoop bekijkt dan sta je versteld hoe gevarieerd en mooi virussen eruit kunnen zien. Soms lijken virussen op maanlanders zoals in films afgebeeld worden. Maar hoe fraai van vorm ook, in essentie zijn virussen heel eenvoudig. Ze hebben een omhulsel, meestal gemaakt van eiwitten, en binnen dat omhulsel zit erfelijke informatie in de vorm van DNA of RNA, zoals overal in de levende natuur.

Parasieten met voorkeur

Het virus is zo primitief dat het niet zelfstandig kan leven. Op zichzelf kan een virus niets behalve een beetje rondwaaien in waterdruppeltjes zodat ze niet uitdrogen, of lijdzaam ergens in het milieu liggen tot het in een levend lichaam wordt opgenomen en een passende levende cel vindt. Pas als ze in een levend wezen terechtkomen en de juiste uitsteeksels hebben om te blijven plakken aan een lichaamscel, kunnen ze binnendringen en zich vermeerderen. Virussen zijn gedoemd om te leven als parasieten. De losse stukjes genetisch materiaal (DNA of RNA) zorgen erg effectief voor de vermeerdering in de gastheercel, en al die duizenden nieuwe virussen kunnen meteen weer andere cellen binnendringen en infecteren.

Toch hebben ook virussen hun beperkingen. Ze kunnen niet ieder celtype of ieder organisme infecteren. Elke virussoort heeft zo zijn eigen specifieke gastheercellen in mensen, dieren, planten en zelfs bacteriën waar het kan binnendringen. Als mens gaat onze belangstelling vooral uit naar de virussen die parasiteren op dier of mens, die we in de beschermende schil om ons heen bij ons dragen, maar het meest nog naar de virussen waar we ziek van kunnen worden. Het coronavirus SARS-CoV-2 is daar een voorbeeld van.

Hoe gaat een virus te werk?

Als een virus in contact komt met een geschikte cel dan kan het virus binnendringen, zijn genetische informatie vrijlaten en de cel kapen. Het virus neemt de besturing van de cel als het ware over om vervolgens heel veel virussen te vormen. Over het algemeen overleeft de gastheercel dit niet. De gevormde nieuwe virusdeeltjes maken zich los van de cel en kunnen zich verder verspreiden en nieuwe cellen infecteren. Het lijkt wel een sprinkhanenplaag.

Zijn we volledig weerloos tegen virussen?

Gelukkig niet. We kunnen allereerst proberen te verhinderen dat virussen zich onder ons verspreiden. Iemand die door een virus is besmet, zoals het coronavirus, zal dat virus door hoesten of niezen met een stevige kracht naar buiten sproeien en zo een bron van besmetting voor anderen worden. Door in een papieren zakdoek of in je elleboog te niezen of hoesten kun je proberen te voorkomen dat je iemand anders besmet. In mindere mate gebeurt die verspreiding ook bij spreken en zingen, met name bij krachtige letters als de T, P, K en de S. Mondkapjes beperken verspreiding, maar absolute garantie bieden die niet. De mondmaskers die het beste aansluiten aan de huid, houden het meeste tegen, maar zelfs daar glipt het virus soms toch door of langs de rand. Een goed aansluitend mondmasker belemmert alle uit- en ingeademde lucht: het werkt verstikkend. De maskers die het meeste lucht tegen houden, zijn dan ook voorzien van een ventielklep, die het inademen vergemakkelijkt. Zonder masker komt het virus bij spreken, zingen, niezen of hoesten ook op je hand terecht en van die besmette hand – al of niet met een deurknop als tussenstation – via de hand van een ander, weer in diens neus of mond. Overdracht wordt daarom sterk verminderd als je regelmatig je handen wast.

De quarantaine van Wuhan City in China is een van de drastische overheidsmaatregelen om de epidemie te beteugelen. © Eyevine/ Hollandse Hoogte

 

De besmettingsweg en de besmettelijkheid verschilt per virus. Soms is overdracht heel ‘moeilijk’, als bijvoorbeeld een virus buiten het menselijk lichaam snel kapotgaat en bloed of slijmvliescontact voor overdracht nodig heeft, overdracht vereist dus zeer ‘nauw contact’ zoals seksueel contact of bloedtransfusie (hiv/aids, hepatitis B). Soms is overdracht heel makkelijk, als een virus in oppervlaktewater langere tijd intact kan blijven en zo via een lange route een volgende persoon kan bereiken (hepatitis A via gedroogde tomaten). Besmettelijke personen zijn niet de enige bronnen van ziekte, we kunnen ook ziek worden door virussen van dieren. Ook daarbij zijn alle verschillende routes mogelijk, via uitgeademde lucht van het dier, de poep, urine, of andere bijzondere wegen zoals via een mug of vlieg.

Besmettelijke personen (of dieren) isoleren is soms als uiterste maatregel nodig om de verspreiding te voorkomen. Maar iemand die besmet is, kun je pas als patiënt herkennen als deze ziekteverschijnselen vertoont. Tussen het moment van besmetting en de eerste ziekteverschijnselen door de infectie, zitten soms enkele dagen tot weken. Dit noemen we de incubatietijd.

De incubatietijd wisselt per virusziekte. Bij Covid-19 is de incubatietijd nu geschat op 2-14 dagen (gemiddeld 5-6 dagen). Bij sommige virusinfecties kunnen mensen al besmettelijk zijn voordat er verschijnselen zijn. Dat is de vrees bij Covid-19, maar de tot nu toe beschreven ervaringen in China, Italië en Duitsland geven geen uitsluitsel. Vermoedelijk komt het een enkele keer wel voor, maar zo zeldzaam dat het geen bijdrage van belang is in de verspreiding: er zijn veel meer mensen met milde klachten die wèl een belangrijke bijdrage leveren aan verspreiding.

Over de auteurs

Prof. dr. Wiel Hoekstra
Emeritus hoogleraar Algemene Microbiologie en bestuurslid van de stichting Biowetenschappen en Maatschappij
Dr. Jim van Steenbergen
Dr. Jim van Steenbergen is epidemioloog en arts Maatschappij en Gezondheid en bestuurslid van stichting Biowetenschappen en Maatschappij
Thema's

Thema's

Bekijk ook eens onze thema’s met een overzicht van de cahiers, artikelen en lesmaterialen die hierop aansluiten.

Abonnement

Mis nooit meer een cahier

Met een jaarabonnement mis je niets meer! Wil je altijd op de hoogte blijven van de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van de biowetenschappen? Neem dan een abonnement! Hiermee ontvang je een korting van 40% ten opzichte van de cahierprijs in de webwinkel. Daarnaast betaal je geen verzendkosten bij een abonnement. Het abonnement gaat in per 1 januari van het nieuwe kalenderjaar. Je kunt te allen tijde opzeggen, waarna je alleen nog de cahiers ontvangt die je hebt betaald.

Jaarabonnement
Vier keer per jaar krijg je onze boekjes automatisch thuisgestuurd. Zo bespaar je flink op de losse verkoopprijs en blijf je altijd op de hoogte.
Bekijk abonnement

Nooit meer iets missen?

Wil je altijd op de hoogte blijven van nieuwe boeken, dossiers en lesmaterialen? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief. Wij sturen je maandelijks een overzicht van alle nieuwe content.

Schrijf je in