Geen producten in je winkelmand.

13 maart 2020
normaal verdiepend
10 minuten

Ontstaan en eerste verspreiding hiv

De auteurs

De mythe van ‘patient zero’ als bron voor de hiv-epidemie is recent met geavanceerd fylogenetisch onderzoek definitief ontkracht. Patiënt zero, een aidspatiënt buiten Californië, aangeduid als patiënt O (de ‘O‘ stond voor Outside of California en werd later ten onrechte aangezien voor een nul), was een luchtvaartsteward die lange tijd ‘verantwoordelijk’ werd gehouden voor de introductie en verspreiding van aids onder homoseksuele mannen.

In juni 1981 werd de wereld opgeschrikt door melding van een ongewoon aantal, en elkaar in korte tijd opvolgende, gevallen van longontsteking door de schimmel Pneumocystis carinii (tegenwoordig Pneumocystis jiroveci) en een zeldzame vorm van kanker (kaposisarcoom) bij mannen die seks hebben met mannen (MSM) in New York City en Californië. De ziekte, die na enige tijd de naam acquired immune deficiency syndrome, afgekort aids kreeg, ging gepaard met een voortschrijdende verzwakking van het afweersysteem, waardoor zich diverse zeldzame infectieziekten voordeden, waaronder de genoemde longontsteking en tumoren, zoals het kaposisarcoom. Beginnend in Californië kon een cluster van 40 homoseksuele mannen met aids in tien steden in de Verenigde Staten aan elkaar worden gekoppeld op basis van seksueel contact, een essentiële aanwijzing dat het ging om een seksueel overdraagbare aandoening.

Twee jaar later, in 1983, werd een retrovirus als oorzakelijke verwekker van aids geïdentificeerd, het humaan immunodeficiëntie virus (hiv). Ter vergelijking: het coronavirus SARS-CoV-2 (Covid-19) was binnen twee weken na het eerste alarm al geïdentificeerd en genetische volledig in kaart gebracht.

Snelle mutatie

Hiv is een voorbeeld van een micro-organisme dat snel muteert. Omdat de snelheid waarmee het virus muteert bekend is, is het mogelijk om op zoek te gaan naar een gemeenschappelijke voorvader van hiv. Hiervoor is het erfelijk materiaal van het virus vergeleken met erfelijk materiaal van een groot aantal virussen verzameld uit meerdere continenten, van nu en enige tijd terug. De vondst van hiv met veel mutaties duidt daarbij op een relatief recente origine. Door onderlinge vergelijking kon een stamboom van hiv opgesteld worden waarbij de teller terug in de tijd stopte rond 1930 op de locatie Centraal Afrika. Een van de theorieën over de oorsprong van hiv verwijst naar dwangarbeiders die rond die tijd de Congo-spoorweg dwars door de jungle hebben aangelegd. Het virus zou daarbij vanuit apen op de jagende dwangarbeiders zijn overgesprongen. Althans, een apen ‘hiv-achtig’ virus dat later in de mens evolueerde tot hiv.

Bangui in Centraal-Afrikaanse Republiek, Augustus 2012. Het bord langs de weg zegt: ‘Op de weg, op de rivier, bescherm jezelf tegen aids’ (met condooms). © Alamy/ Imageselect

 

Bevindingen van heronderzoek van bewaard gebleven zeer oude bloedmonsters uit vele delen van de wereld is hiermee in overeenstemming: de eerste bloedmonsters waarin hiv is aangetroffen zijn afkomstig van personen uit het westen van equatoriaal Afrika. Zeer waarschijnlijk zijn ook al ruim voor 1930 meerdere keren inheemse mensen op eenzelfde wijze besmet geraakt met het op hiv-gelijkend virus; en mogelijk aan de gevolgen van een op aids-lijkend ziektebeeld overleden. Waar dergelijke besmettingen op kleine schaal plaatsvinden en na enige tijd uitdoven blijven die lokale haarden onopgemerkt. Een uitbraak moet ingebed zijn in een grotere structuur, verbonden in een netwerk, om zich verder te verspreiden. Het voorbeeld van hiv/aids toont fraai hoe de dynamiek van erfelijke eigenschappen van het virus, de gastheer (in dit geval: apen en mensen) en de sociale inbedding, de context, bepaalt wat de impact van een infectie is op de maatschappij.

Huidige situatie

Na adaptatie heeft hiv zich vervolgens over de wereld verspreid. Inmiddels zijn wereldwijd 32 miljoen mensen overleden aan aids en bevindt het epicentrum van de epidemie zich in Afrika bezuiden de Sahara. Effectieve behandeling is voor ruim 23 miljoen mensen toegankelijk, maar voor vele miljoenen nog niet. Genderongelijkheid, geweld tegen vrouwen en meisjes, stigmatisering, discriminatie, afnemende financiële investering en gebrek aan politieke wil, blijven cruciale obstakels om deze pandemie verder te bedwingen

Over de auteurs

Dit artikel is een bewerking van het hoofdstuk Ontstaan en eerste verspreiding van hiv, geschreven door prof. dr. Jaap van Dissel, en van het hoofdstuk Hiv, de dodelijkste pandemie van dit millennium, geschreven door prof. dr. Peter Reiss.

Prof. dr. Jaap van Dissel
Prof. dr. Jaap van Dissel is directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding bij het RIVM in Bilthoven, hoogleraar Interne Geneeskunde aan het Leids Universitair Medisch Centrum, en lid van de Raad van Advies van stichting Biowetenschappen en Maatschappij
Prof. dr. Peter Reiss
Prof. dr. Peter Reiss is hoogleraar inwendige geneeskunde aan het Amsterdam UMC