Door prof. dr. Jelle Reumer, emeritus hoogleraar Vertebratenpaleontologie aan de Universiteit Utrecht en voormalig directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam en dr. John de Vos, paleontoloog en voormalig curator bij het Naturalis Biodiversity Centre in Leiden
De mens is van de duizenden soorten zoogdieren een van de minst honkvaste, net als bijvoorbeeld olifanten, paarden en sabeltandtijgers. Uit de laatste paar duizend jaar van de historie kennen we belangrijke menselijke migraties die een grote impact hebben nagelaten op de huidige demografische situatie. Denk aan de grote volksverhuizingen uit de derde tot zesde eeuw die Aziatische vol keren naar Europa brachten, aan de tochten van de Vikingen waardoor er op Sicilië en in Griekenland nog altijd blonde, blauwogige mensen rondlopen, aan de migratie van onder andere Spanjaarden, Portugezen, Ieren, Polen, Duitsers en Nederlanders die de oversteek naar Zuid- of Noord-Amerika maakten – en aan de huidige stroom migranten die om diverse redenen vanuit Afrika of het Midden-Oosten naar Europa komen.
Een migrerende zoogdier
Al deze migraties zijn meer of minder uitgebreid gedocumenteerd of uit archeologische gegevens gereconstrueerd. We weten ervan. Maar ook in de prehistorie, de periode voordat het schrift werd uitgevonden, migreerde de mens; niet alleen de vroege moderne mens Homo sapiens maar ook onze menselijke voorouders zoals Homo erectus bleven niet altijd wonen waar zij geboren waren. De mens is vanouds een migrerende zoogdiersoort; de naam Homo migrans zou dikwijls toepasselijker zijn dan Homo sapiens of Homo erectus.

De twee grote migratie golven van de vroege mens over de wereld
(bron: Wikimedia Com mons (©) Stichting BWM).
De wieg van de mensheid stond in Afrika. Hoewel in 1891 de eerste vondst van Homo erectus in Indonesië werd gedaan, bleek al gauw dat ‘wij’ uit Afrika stammen. De menselijke stamboom is (wellicht te) gecompliceerd en bevat een grote hoeveelheid namen die gebaseerd zijn op wankele argumenten, maar op twee momenten in de prehistorie vonden grote migraties plaats. Deze worden dikwijls aangeduid als ‘Out-of-Africa 1’ en ‘Out-of-Africa 2’.
Overigens geldt voor deze beide migratiegolven dat het er niet maar simpelweg twee waren; het ligt voor de hand te veronderstellen dat er met enige regelmaat populaties migreerden, daartoe aangezet door de tijdens het Pleistoceen (de ‘ijstijd’) veelvuldig optredende klimaatveranderingen. Out-of-Africa 1 betreft migrerende populaties van Homo erectus, Out-of-Africa 2 die van Homo sapiens.
Out-of-Africa 1
De eerste grote migratiegolf speelde zich ongeveer twee miljoen jaar geleden af, in een periode die het Vroege Pleistoceen wordt genoemd. De exacte oorzaak van deze migratie is niet duidelijk; het kan zeker te maken hebben met klimaatverandering en/of een daardoor verstoord voedselaanbod. Uit voorouders van het geslacht Australopithecus ontstonden vroege mensentypen die we het eenvoudigst Homo erectus kunnen noemen. Die soort bleef niet in Afrika. De oudste resten van Homo erectus buiten het continent van oorsprong zijn gevonden in Dmanisi, Georgië. Ze worden weliswaar Homo georgicus genoemd, maar zijn eigenlijk ook gewoon Homo erectus. De route vanuit Afrika naar de Kaukasus liep via het Midden-Oosten. Vanuit deze vroege hub in Georgië vond een snelle verspreiding plaats in zowel westelijke richting, naar Europa waar fossiele overblijfselen of sporen van Homo erectus-achtigen zijn gevonden vanaf circa 1,8 miljoen jaar geleden, en in oostelijke richting naar Centraal-Azië en China en verder tot in Indonesië toe.
In Europa en het westelijke deel van Azië leidde dat uiteindelijk tot het ontstaan van Homo neanderthalensis. Ook in het oosten van Azië was Homo erectus doorgedrongen; ze komen onder verschillende namen in de literatuur voor: zoals de Peking-mens (aanvankelijk Sinanthropus pekinensis genoemd), de Denisova-mens en op Java de Java-mens. Al de ze populaties zijn uiteindelijk voortgekomen uit de eerste migratie golven vanuit Afrika.
Java-mens
De Java-mens is op Java terechtgekomen via de zogeheten Siva-Maleise route, die leidde van het Indiase subcontinent naar Maleisië en Sumatra en verder. Dergelijke migraties werden bevorderd doordat de zeespiegel soms veel lager stond dan tegenwoordig, waardoor eilanden en continenten met elkaar verbonden werden. Veelal zullen de migraties langs kusten en rivieren hebben plaatsgevonden omdat daar altijd voedsel te vinden is in de vorm van vis, schaal- en schelpdieren, vegetatie en omdat er drinkwater voorhanden is.
Een tweede en bijzondere route liep meer oostelijk. Via deze zogeheten Sino-Wallacean route kon migratie plaatsvonden vanuit het Chinese vasteland via Taiwan, de Filipijnen en Celebes tot de oostelijke Indonesische eilanden Flores en Timor. Langdurige isolatie van menselijke populaties op sommige eilanden leidde uiteindelijk tot en demische dwergvormen op het Filippijnse eiland Luzon en op Flores: respectievelijk Homo luzonensis en Homo floresiensis.
Out-of-Africa 2
De tweede Out-of-Africa migratie betrof een andere soort die intussen in Afrika uit Homo erectus was ontstaan: de moderne mens Homo sapiens. Die soort ontstond ongeveer 300.000 jaar geleden tijdens het Midden-Pleistoceen en vanaf ongeveer 130.000 jaar geleden worden resten van de moderne mens gevonden buiten Afrika. Ook Homo sapiens migreerde via Noord-Afrika en het Midden-Oosten naar het noorden, via de Nijlvallei en de kusten: de noordelijke route. Een zuidelijke route liep via een oversteek van de Straat van Bab-el-Mandeb tussen Djibouti en Jemen. Homo sapiens volgde de kusten van Arabië en het Indiase subcontinent en bereikte uiteindelijk rond 50.000 jaar geleden Australië.
De mensen die via de noordelijke route migreerden, kwamen in Eurazië de neanderthalers tegen. De populaties van deze twee mensen soorten hebben zich tot op zekere hoogte gemengd, waardoor de moderne mens nog altijd een paar procent neanderthaler-genen met zich meedraagt. Wel is duidelijk dat de neanderthalers het niet hebben ge bolwerkt. Moderne mensen drongen hen verder terug en vervingen hen uiteindelijk. Op het eind stonden ze bijna letterlijk met hun rug tegen de muur – in dit geval de niet-oversteekbare Straat van Gibraltar.
Toen aan het einde van de laatste ijstijd het klimaat milder werd en de kusten tussen Azië (Siberië) en Amerika (Alaska) begaanbaar werden, trokken mensen ook naar de toen letterlijk Nieuwe Wereld. Een exacte datering van de trek van Aziatische populaties naar Amerika is niet te geven, over het algemeen nemen archeologen aan dat dit zich ongeveer vijftienduizend jaar geleden afspeelde. Deze migratie legde de basis voor de inheemse bevolking van beide Amerika’s. In relatief korte tijd waren mensen doorgelopen tot het zuidelijke Vuurland, daarna kon men niet verder.
Het was de moderne mens die in de zogeheten fertile crescent of vruchtbare halve maan, de vruchtbare streek rond de rivieren Eufraat en Tigris, de basis legde voor de landbouw: het Neolithicum brak aan. In relatief korte tijd drong het Neolithicum in de vorm van zowel men sen als hun cultuur door tot in Europa. Ook dit ging gepaard met volksverhuizingen en verdrijving. De mens, zo mogen we wel constateren, is al zeker twee miljoen jaar een migrerende diersoort.
Meer lezen over migratie als historische constante? Lees verder in het boek Migratie of in het online dossier.