Ontwikkelingen in de voortplantingsgeneeskunde hebben de laatste jaren een enorme vlucht genomen. Als we deze lijn doortrekken, wat is er dan allemaal mogelijk rondom zwanger worden in de nabije toekomst? Designer babies, geslachtscellen uit het lab, genetisch aangepaste embryo’s en een zwangerschap buiten het lichaam… nieuwe inzichten en mogelijkheden volgen elkaar in rap tempo op. Wat is er straks mogelijk? En willen we dat wel? Een overzicht van de laatste stand van zaken.

1 Geslachtscellen uit het laboratorium

Normaal gesproken worden de geslachtscellen geproduceerd in de geslachtsorganen; eicellen in (de voorloper van) het ovarium en zaadcellen in de testis. Maar wat als geslachtscellen nou in het lab gemaakt zouden kunnen worden uit een willekeurige lichaamscel? Zo zouden mensen zonder geslachtscellen toch ‘eigen’ kinderen kunnen krijgen, net als homoseksuele koppels. In experimenteel onderzoek zijn al muizen geboren uit eicellen die bevrucht werden met een tot zaadcel ‘opgewerkte’ huidcel.

2 Het genetisch aanpassen van geslachtscellen of embryo’s

Via de revolutionaire techniek CRISPR-cas9 kan de functie en activiteit van genen in een eicel, zaadcel of embryo worden aangepast. En daarmee dus het genoom van een kind. Zo kan een erfelijke ziekte prenataal worden gecorrigeerd. Theoretisch is het ook mogelijk om andere (menselijke) eigenschappen als haarkleur of intelligentie aan te passen in embryo’s of geslachtscellen. In China slaagden onderzoekers er al in om in een aantal embryo’s het gen dat erfelijke bloedarmoede veroorzaakt aan te passen. Er ontstonden daarbij echter ook ongewenste mutaties op andere plekken in het genoom.

3 Drie-ouder baby’s

De mitochondriën zijn verantwoordelijk voor de energieomzetting in een cel en bezitten ook wat eigen DNA. Erfelijke mutaties in dat DNA kunnen leiden tot de geboorte van kinderen met lichamelijke en geestelijke handicaps.
Door de ‘zieke’ mitochondriën, afkomstig van de eicel, te vervangen door ‘gezonde’ mitochondriën van een donor, ontstaat een embryo dat genetisch verwant is aan beide ouders, maar dat de mitochondriën bevat van een derde ouder; de zogenoemde ‘drie-ouder-baby’s’. Met deze techniek zijn al kinderen geboren in onder andere Mexico en Oekraïne.

4 Zwanger buiten het menselijk lichaam

Britse en Amerikaanse onderzoekers hebben menselijke embryo’s tot 14 dagen in leven gehouden in het laboratorium. Amerikaanse onderzoekers slaagden erin om de vrouwelijke voortplantingsorganen na te bootsen in het laboratorium. De cellen bleken in staat om de normale menstruatiecyclus van 28 dagen na te bootsen, inclusief hormonen en rijpe eicellen. Tot slot is het onderzoekers gelukt om foetussen van schapen in een kunstmatige baarmoeder verder te laten groeien. De lammeren werden in leven gehouden tot ze werden ‘geworpen’. Dit onderzoek kan tot nieuwe behandelmethoden leiden voor veel te vroeg (prematuur) geboren kinderen.

Moeten we dit willen?

De ontwikkelingen in de voortplantingsgeneeskunde volgen elkaar de laatste jaren razendsnel op. Eerdere ontwikkelingen leidden tot weerstand, maar werden niet veel later door de samenleving geaccepteerd. Zo werd inseminatie met donorsperma vroeger gezien als overspel en IVF als een activiteit – het doen ontstaan van nieuw leven – die slechts was voorbehouden aan een hogere macht. Zal dit ook zo gaan met de nieuwe technieken en behandelmethoden die nu op ons afkomen? Dat zal afhangen van zowel de technische ontwikkelingen als een brede maatschappelijke discussie.

Angst voor designer baby’s terecht?

Een veelgehoord bezwaar tegen de nieuwe technieken is het hellend vlak richting ‘designer baby’s’. Die vrees is deels gebaseerd op overdreven verwachtingen van de mogelijkheden – het aanpassen van het IQ is bijvoorbeeld zeer complex, zo niet onmogelijk. Maar er zijn ook vormen van genetische verbetering die wel waarheid kunnen worden, zoals het genetisch versterken van het immuunsysteem of het corrigeren van dragerschap van bepaalde erfelijke ziekten. Deze vormen van verbetering zijn nuttig en waardevol, en ondermijning de vrijheid of de ‘open toekomst’ van kinderen niet.

Veiligheid van DNA aanpassingen

Voorlopig kan klinische toepassing pas worden overwogen wanneer nader onderzoek aantoont dat het voldoende effectief en veilig is. Maar hoe veilig is veilig genoeg? Men zou voor alle zekerheid het complete genoom van het gewijzigde embryo voor implantatie kunnen screenen om ongewenste effecten op te sporen. De verwekte kinderen moeten langdurig worden gevolgd om mogelijke ongewenste effecten te kunnen vinden. In ieder geval zou regulering door middel van een vergunningstelsel, gecontroleerde indicatiestelling en verplichte regelmatige rapportage mogelijk misbruik moeten voorkomen.

Deze informatie komt uit het hoofdstuk ‘Waar gaan we heen?’ uit ons cahier ‘Van slaapkamer naar laboratorium: de stand van de voortplantingsgeneeskunde’. Dit hoofdstuk werd geschreven door drs. Robbert Berkhout, dr. Geert Hamer, dr. Sebastiaan Mastenbroek en professor Sjoerd Repping. Ook is er geput uit de ethische verkenning van professor Guido de Wert. Meer weten over de historische, ethische en medische aspecten van voortplanting? Lees dan deze artikelen: Om zwanger te worden moet je seks hebben, Zwanger worden via IVF, ICSI, IUI, PESA, MESA, TESE, Zwanger worden van de dokter, Prenataal of pre-implantatie onderzoek. Of lees het hele cahier Van slaapkamer naar laboratorium – verkrijgbaar als gratis download of als boek.

About the author